ECLI:NL:CBB:2002:AE6323
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Wolters
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het systeemdienstentarief en overlegverplichtingen onder de Elektriciteitswet 1998
In deze zaak stond de vaststelling van het systeemdienstentarief onder de Elektriciteitswet 1998 centraal. Appellanten, Shell Nederland Raffinaderij B.V. en Shell Nederland Chemie B.V., stelden dat het vereiste overleg met representatieve organisaties niet adequaat had plaatsgevonden en dat de tariefstructuur onvoldoende transparant was. Tevens betwistten zij de wijze van berekening van het systeemdienstentarief, met name de volledige doorberekening aan zelfopwekkers en de classificatie van de robuustheidsfunctie als systeemdienst.
Het College oordeelde dat het voorgeschreven overleg meer inhield dan alleen informatieverschaffing en dat de netbeheerders voldoende inspanningen hadden geleverd om tot overeenstemming te komen. De toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de Awb maakte het besluit bovendien rechtsgeldig. De interpretatie van de tariefstructuur voor meervoudige aansluitingen werd niet betwist en het College zag geen aanleiding om de bepalingen als onduidelijk of onrechtmatig te beschouwen.
Verder werd geoordeeld dat het systeemdienstentarief terecht wordt geheven over het totale bruto-verbruik, inclusief zelfopwekking, omdat het net continu als verzekering fungeert voor alle gebruikers. De classificatie van de robuustheidsfunctie als systeemdienst en de bijbehorende kostenverdeling werden eveneens als verenigbaar met de Elektriciteitswet 1998 beschouwd. Gezien het ontbreken van onrechtmatigheden werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van het systeemdienstentarief wordt ongegrond verklaard.