ECLI:NL:RVS:2026:59
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen verblijfsaanvraag medische behandeling
Betrokkene, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 21 maart 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling. De minister nam de aanvraag op 27 mei 2024 niet in behandeling omdat betrokkene niet de relevante medische gegevens had overgelegd. Hoewel betrokkene deze gegevens later in de bezwaarfase aanleverde, bleef de minister bij haar standpunt.
De rechtbank oordeelde dat de minister ook had moeten beoordelen of het handhaven van het besluit tot niet in behandeling nemen opportuun was en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister bij de heroverweging primair moet toetsen aan de rechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit en dat zij discretionair kan besluiten om de aanvraag alsnog in behandeling te nemen, maar daartoe niet verplicht is.
De Afdeling vond dat de minister terecht oordeelde dat betrokkene geen verschoonbare redenen had voor het niet tijdig aanleveren van de medische gegevens, ondanks geboden extra termijn en ondersteuning. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van betrokkene ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde ook dat de minister betrokkene niet hoefde te horen in bezwaar, omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waardoor de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen.