ECLI:NL:RVS:2026:4441
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen locatieaanduiding ondergrondse restafvalcontainers in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 20 juni 2025 een locatie tegenover de woning van appellant aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). Appellant stelde dat het college de procedure niet correct had gevolgd en dat de locatie ongeschikt was vanwege afstand tot het appartementencomplex en overlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de openbare voorbereidingsprocedure conform de Awb had doorlopen, ondanks dat een definitief besluit al op 31 maart 2025 was genomen. De bezwaren over de afstand tot de ingang van het appartementencomplex konden niet leiden tot vernietiging omdat deze niet de eigen belangen van appellant betroffen.
Verder werd overwogen dat de overlast en waardedaling onvoldoende concreet waren onderbouwd en dat het college gemotiveerd had weerlegd dat alternatieve locaties geschikter waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanduiding van de ondergrondse restafvalcontainers wordt ongegrond verklaard.