ECLI:NL:RVS:2026:4305
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing belanghebbendheid bij verlenging opsporingsvergunning Utrecht
De minister van Economische Zaken en Klimaat verlengde in 2021 de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning voor het gebied Utrecht tot eind 2025. Utrecht, Zuid-Holland en een stichting maakten bezwaar en werden aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat zij wel belanghebbenden zijn. Vermilion, houdster van de vergunning, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de genoemde partijen belanghebbenden zijn omdat het verlengingsbesluit het recht geeft tot opsporing van koolwaterstoffen, wat feitelijke gevolgen kan hebben voor hun belangen. Nadere besluitvorming is vereist voor daadwerkelijke winning, maar dit sluit belanghebbendheid niet uit. Vermilion's betoog dat de vergunning niet verlengd kon worden na afloop van de geldigheidsduur wordt verworpen; de minister handelde terecht door het verlengingsbesluit te herroepen en de aanvraag af te wijzen.
Daarnaast is de redelijke termijn van de procedure met ongeveer vijftien maanden overschreden, waarvoor de Staat een schadevergoeding van €1.500 aan Vermilion moet betalen. Het hoger beroep van Vermilion wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de stichting vervalt. De griffierechten worden deels terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van Vermilion wordt ongegrond verklaard en de minister handelde terecht door het verlengingsbesluit te herroepen en de aanvraag af te wijzen.