ECLI:NL:RVS:2017:1336
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlenging ontgrondingsvergunning Noordplas te Sellingen
Het college van gedeputeerde staten van Groningen had bij besluit van 20 september 2016 de geldigheidsduur van een ontgrondingsvergunning voor de Noordplas te Sellingen verlengd tot uiterlijk 13 september 2026. Tegen dit besluit stelden appellant A, Camping De Papaver B.V. en appellant B beroep in. Zij voerden aan dat de vergunning op dat moment al was geëxpireerd en daarom niet meer verlengd had kunnen worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning inderdaad op 13 september 2016 was geëxpireerd, omdat deze was verleend voor maximaal 10 jaar na onherroepelijkheid en dat verlenging van een verlopen vergunning niet mogelijk is. Ondanks dat het college de aanvraag tijdig had ontvangen en communicatie over verlenging had plaatsgevonden, kon geen uitzondering worden gemaakt vanwege het belang van rechtszekerheid.
De Afdeling stelde vast dat appellant A, als exploitant en bewoner op de camping nabij de ontgrondingslocatie, en ook Camping De Papaver B.V. en appellant B als eigenaar en exploitant belanghebbenden zijn. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Afdeling zag geen aanleiding om vooruit te lopen op een nieuwe vergunningaanvraag die in voorbereiding is, omdat daarover zelfstandig rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
Uitkomst: Het besluit tot verlenging van de ontgrondingsvergunning wordt vernietigd omdat de vergunning op het moment van verlenging was verlopen.