ECLI:NL:RVS:2017:2331
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- H.G. Sevenster
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor windturbines in Amsterdamse havengebied bevestigd
Gedeputeerde staten van Noord-Holland weigerden het Havenbedrijf Amsterdam omgevingsvergunning voor het bouwen van zeven windturbines in het Amsterdamse havengebied, omdat niet was voldaan aan de provinciale voorwaarden voor herstructurering van windturbines. Het Havenbedrijf, de gemeente Amsterdam en het college van burgemeester en wethouders stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zowel de gemeente als het college belanghebbende zijn bij het besluit, omdat hun vermogensrechtelijke belangen rechtstreeks worden geraakt. De provinciale regeling, waaronder artikel 32 van Pro de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), is gericht op het behoud van de openheid en ruimtelijke kwaliteit van het landschap en het beperken van windturbine-uitbreiding buiten aangewezen gebieden.
De Afdeling verwierp de bezwaren tegen de provinciale regeling, waaronder het beroep op gemeentelijke autonomie, strijd met hogere regelgeving zoals de Onteigeningswet, de Elektriciteitswet 1998, Europese richtlijnen en het evenredigheidsbeginsel. Ook werd geoordeeld dat de Uitvoeringsregeling, die een overeenkomst vereist tussen aanvrager en eigenaren van te verwijderen windturbines, een geldige nadere regel is en dat het ontbreken van een dergelijke overeenkomst terecht tot weigering van de vergunning leidde.
De beroepen werden ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning gehandhaafd. De Afdeling benadrukte dat de provinciale regeling een ruimtelijk belang dient en dat de voorwaarden in redelijkheid zijn vastgesteld met het oog op een goede ruimtelijke ordening en duurzame energieontwikkeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor zeven windturbines wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.