ECLI:NL:RVS:2026:4023
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging begunstigingstermijn en proceskostenveroordeling gemeente Utrecht
Appellant, eigenaar van een pand in Utrecht, voert hoger beroep tegen twee uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland. Het eerste betreft de verlenging van begunstigingstermijnen door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, het tweede de hoogte van de proceskostenveroordeling in een invorderingsprocedure.
De Afdeling oordeelt dat appellant geen procesbelang heeft bij het hoger beroep tegen de verlenging van de begunstigingstermijn, omdat de last inmiddels is uitgevoerd en appellant geen schade aannemelijk heeft gemaakt. Dit deel van het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van de proceskostenveroordeling oordeelt de Afdeling dat appellant met een overgelegde factuur aannemelijk heeft gemaakt welk uurtarief hij hanteert, waardoor de rechtbank onjuist het minimumtarief heeft toegepast. De Afdeling vernietigt het vonnis voor zover het college is veroordeeld tot een lager bedrag en veroordeelt het college tot een hogere vergoeding van proceskosten. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.
De Afdeling veroordeelt het college tevens tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en het betaalde griffierecht. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten aan de andere betrokken partijen.
Uitkomst: Hoger beroep tegen verlenging begunstigingstermijn niet-ontvankelijk, hoger beroep tegen proceskostenveroordeling gegrond met toekenning hogere proceskostenvergoeding aan appellant.