ECLI:NL:RVS:2026:3962
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek rectificatie persoonsgegevens in basisregistratie personen
Appellante verzocht om rectificatie van haar achternaam en geboortedatum in de basisregistratie personen (brp), onderbouwd met een identiteitsverklaring uit Syrië. Het college van burgemeester en wethouders stelde het verzoek aanvankelijk buiten behandeling, trok dit besluit later in en wees het verzoek uiteindelijk af wegens onvoldoende bewijs van de juistheid van de persoonsgegevens.
Bureau Documenten Zwolle kon geen uitspraak doen over de echtheid van het overgelegde document vanwege gebrek aan betrouwbaar vergelijkingsmateriaal. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de identiteitsverklaring als brondocument kon dienen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij niet in bewijsnood verkeerde en dat het college navraag had moeten doen bij de diplomatieke vertegenwoordiging. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde de rechtbank en bevestigde dat het verzoek niet kon worden ingewilligd, omdat het document niet gelegaliseerd was en er geen andere bewijsstukken waren die wijziging rechtvaardigden.
De Afdeling concludeerde dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden en wees het hoger beroep af, waarmee de uitspraak van de rechtbank definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot rectificatie van persoonsgegevens bevestigd.