ECLI:NL:RVS:2026:3818
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- B. Meijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens consummeren kindhuwelijk
Appellant, een Syrische nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan in Nederland. De staatssecretaris weigerde een verblijfsvergunning omdat appellant in 2012 een traditioneel huwelijk had geconsummeerd met een dertienjarige, wat werd aangemerkt als een ernstig niet-politiek misdrijf. De rechtbank volgde dit standpunt en wees het beroep af.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet wist dat hij een misdrijf pleegde, dat het huwelijk binnen zijn cultuur normaal was, en dat de minister nieuw beleid voerde zonder dit kenbaar te maken. De Afdeling oordeelde dat appellant zich bewust was van de jonge leeftijd van zijn huwelijkspartner en dat het consummeren van het huwelijk een strafbaar feit is, ongeacht culturele context of intentie.
Verder werd overwogen dat de ernst van het misdrijf en de gevolgen voor het slachtoffer zwaar wegen, ondanks het tijdsverloop en het ontbreken van berouw. De minister hoefde geen evenredigheidsbeoordeling te maken en mocht de SIS-signalering handhaven, ook zonder recidiverisico. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd wegens consummeren van een kindhuwelijk als ernstig niet-politiek misdrijf.