ECLI:NL:RVS:2013:2350
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling knowing participation en afwijzing asielverzoeken vreemdelingen
De vreemdelingen hadden asielaanvragen ingediend die door de minister voor Immigratie en Asiel werden afgewezen. De rechtbank had deze besluiten vernietigd en de beroepen gegrond verklaard. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de man onder het begrip 'knowing participation' viel, terwijl vaststond dat hij als informant werkzaam was voor een organisatie die systematisch ernstige mensenrechtenschendingen beging. De man had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een significante uitzondering vormde.
Voorts werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het beroep van de vrouw op artikel 3 EVRM Pro niet slaagde. De staatssecretaris had terecht geconcludeerd dat de vrouw geen positieve overtuigingskracht had geleverd en dat haar eigen asielmotieven onvoldoende waren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.