ECLI:NL:RVS:2026:3817
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- B. Meijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens consummeren huwelijk met minderjarige
Appellant, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen omdat hij in 2010 een traditioneel huwelijk had geconsumeerd met een twaalfjarige partner. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het consummeren van het huwelijk een ernstig niet-politiek misdrijf is, waardoor appellant uitgesloten is van vluchtelingen- en subsidiaire beschermingsstatus.
Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder dat zijn partner had ingestemd met het huwelijk, dat de strafmaat niet correct was toegepast, en dat er geen internationale consensus zou zijn over de ernst van het misdrijf. De Afdeling verwierp deze grieven en benadrukte dat minderjarigen beschermd moeten worden tegen seksueel misbruik en dat het feit dat appellant wist of had behoren te weten dat hij een ernstig misdrijf pleegde, vaststaat.
Verder werd het ontbreken van strafrechtelijke vervolging in Syrië niet relevant geacht voor de beoordeling. Ook werd het besluit tot signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS) bevestigd, omdat appellant een bedreiging vormt voor de openbare orde. De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd wegens consummeren van een huwelijk met een twaalfjarige.