ECLI:NL:RVS:2026:3328
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking veiligheidsmachtiging wegens onvoldoende motivering en bevestiging ministerieel standpunt
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van 19 januari 2022 tot intrekking van zijn verklaring van geen bezwaar (VGB B) gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom de situatie van appellant afweek van vergelijkbare gevallen en waarom er onvoldoende waarborgen waren voor getrouwelijke plichtsvervulling in zijn vertrouwensfunctie.
Na een tussenuitspraak van 21 mei 2025 heeft de minister het besluit aangevuld met een nieuw onderzoek door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en een nadere motivering gegeven. De Afdeling heeft het beroep tegen dit nieuwe besluit van 7 augustus 2025 ongegrond verklaard, omdat het gebrek was hersteld. De minister heeft toegelicht dat de combinatie van persoonlijke omstandigheden van appellant, zijn partner en familie, in samenhang met zijn kwetsbare vertrouwensfunctie, een onaanvaardbaar veiligheidsrisico vormt.
Appellant voerde onder meer aan dat de minister discrimineerde op grond van afkomst en het gelijkheidsbeginsel schond, maar de Afdeling oordeelde dat de minister maatwerk toepast en voldoende onderscheid heeft gemaakt tussen gevallen. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde, omdat het belang van de nationale veiligheid zwaarder weegt dan de gevolgen voor appellant. De minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 19 januari 2022 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar het nieuwe besluit van 7 augustus 2025 wordt gehandhaafd omdat het gebrek is hersteld.