ECLI:NL:RVS:2026:3314
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en uitspraak wegens schending hoorplicht in verblijfsdocumentprocedure
Appellanten hebben aanvragen ingediend voor afgifte van een verblijfsdocument EU/EER, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn afgewezen. Na afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf en het ongegrond verklaren van het bezwaar door de minister, heeft de rechtbank het beroep van appellanten eveneens ongegrond verklaard.
In hoger beroep klaagden appellanten over het niet horen in bezwaar door de minister, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak een uitgangspunt is, zeker bij individuele belangenafwegingen zoals in deze zaak. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft afgezien van het horen van appellanten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en bepaalt dat de minister appellanten alsnog moet horen voordat een nieuw besluit wordt genomen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit en de uitspraak en beveelt de minister appellanten alsnog te horen.