ECLI:NL:RVS:2026:3267
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over gedeeltelijke openbaarmaking werfkelders Utrecht
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om openbaarmaking van documenten over schades aan werfkelders in het centrum van Utrecht, waaronder rapportages, inspectierapporten en tekeningen. Het college maakte de informatie gedeeltelijk openbaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat de hoorplicht in de bezwaarfase was geschonden, de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn onjuist was toegekend en dat de proceskostenvergoeding onterecht was berekend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden, de rechtbank terecht één schadevergoeding toekende voor samenhangende zaken en dat de proceskostenvergoeding correct was vastgesteld ondanks een onjuiste berekeningswijze.
Daarnaast wees de Afdeling het late indienen van nadere beroepsgronden door appellant af wegens schending van de goede procesorde. De Afdeling benadrukte dat appellant meerdere procedures voert en dat voortzetting van deze werkwijze mogelijk tot misbruik van recht kan leiden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.