ECLI:NL:RVS:2026:3045
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.C.A. de Poorter
- D.A. Verburg
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Raad van State tussenuitspraak over terugbetaling lening inburgeringscursus gezinsmigrant
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaalde dat appellant, een gezinsmigrant met een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, vanaf 1 maart 2024 een lening van €8.940,68 voor een inburgeringscursus moet terugbetalen. Appellant was ontheven van de inburgeringsplicht omdat hij voldoende had gedaan om in te burgeren. Hij voerde aan dat de terugvordering onevenredig is vanwege zijn financiële situatie en het feit dat hij de cursus alleen volgde om aan te tonen dat hij onvoldoende leerbaar was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de terugvordering niet in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn of het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. De Raad van State stelt echter dat de minister verplicht is een Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling te verrichten, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere individuele omstandigheden van de gezinsmigrant, zoals leeftijd, inkomen en gezondheid.
De minister heeft deze beoordeling niet gemaakt, waardoor het besluit van 8 mei 2024 niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. De Raad van State draagt de minister op binnen acht weken het besluit te herstellen door alsnog een evenredigheidsbeoordeling te maken en hierover te motiveren. De Afdeling wijst prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie af omdat de bestaande rechtspraak voldoende duidelijkheid biedt.
De uitspraak benadrukt het onderscheid tussen asielstatushouders en gezinsmigranten en bevestigt dat lidstaten van gezinsmigranten hogere eisen mogen stellen, maar wel binnen de grenzen van het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. De hoorplicht is niet geschonden omdat appellant in de beroepsfase zijn omstandigheden kon toelichten.
Uitkomst: De minister moet binnen acht weken een Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling maken en het besluit over terugvordering van de lening herstellen.