ECLI:NL:RVS:2026:3040
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- W. den Ouden
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken door minister van Financiën
Appellant heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op zes Woo-verzoeken bij het ministerie van Financiën. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en legde termijnen en dwangsommen op aan de minister.
De staatssecretaris van Financiën stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij hij enkele gronden introk maar de gegrondverklaring van twee Woo-verzoeken handhaafde. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak behandeld, waarbij partijen stukken hebben ingediend en een zitting heeft plaatsgevonden.
De Afdeling oordeelt dat de Belastingdienst een dienst is onder verantwoordelijkheid van de minister van Financiën en dat besluiten op Woo-verzoeken door de minister kunnen worden genomen, ongeacht of de verzoeken bij de Belastingdienst of het ministerie zijn ingediend. De Afdeling stelt vast dat voor één Woo-verzoek (9 augustus 2022) inmiddels een besluit is genomen, waardoor appellant geen belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling van dat beroep.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt het vonnis voor zover het betrekking heeft op het Woo-verzoek van 9 augustus 2022, verklaart dat beroep niet-ontvankelijk en bevestigt het vonnis voor het overige. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard voor één Woo-verzoek, dat beroep niet-ontvankelijk verklaard, en het vonnis voor de overige verzoeken bevestigd.