ECLI:NL:RVS:2026:2528
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid beleid aanvraag verblijfsvergunning na aangifte mensenhandel
Betrokkene uit Sierra Leone deed aangifte van mensenhandel, waarna het Openbaar Ministerie besloot niet te vervolgen wegens gebrek aan opsporingsindicaties. De minister weigerde daarop een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, omdat er geen lopend strafrechtelijk onderzoek was. De rechtbank oordeelde dat het beleid van de minister, waarbij de aangifte pas als aanvraag geldt nadat de politie of KMar het Model M55-formulier heeft doorgestuurd, in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het evenredigheidsbeginsel.
De Raad van State stelt echter dat het beleid noodzakelijk is om te waarborgen dat alleen daadwerkelijke aangiften van mensenhandel als aanvraag worden aangemerkt, zodat de minister niet onterecht aanvragen behandelt. Het doorsturen van het Model M55-formulier is het moment waarop de aanvraag formeel ontstaat. De doorzendplicht van artikel 2:3 Awb Pro is hier niet van toepassing, en het beleid is niet willekeurig of onevenredig.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van betrokkene tegen het bezwaarbesluit wordt ongegrond verklaard. De minister heeft de hoorplicht niet geschonden omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond.