ECLI:NL:RVS:2026:2512
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekken bezwaar na in behandeling nemen asielaanvraag
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 2 juli 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 1 augustus 2024 ongegrond verklaarde. Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep heeft de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling genomen. Hierdoor heeft appellant feitelijk bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde, namelijk de inhoudelijke behandeling van zijn aanvraag. De Raad van State oordeelt dat appellant daardoor onvoldoende belang heeft bij een verdere inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst de proceskostenveroordeling af, omdat de minister niet aan appellant is tegemoetgekomen maar door tijdsverloop de aanvraag alsnog heeft behandeld. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 30 april 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.