ECLI:NL:RVS:2026:2206
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid verklaringen
Betrokkene, een Pakistaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de minister het iMMO-rapport, dat psychische beperkingen van betrokkene tijdens de asielgehoren constateerde, onvoldoende had meegewogen en onvoldoende had gemotiveerd waarom deze beperkingen de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet zouden beïnvloeden.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij hij onder meer aanvoerde dat betrokkene op hoofdlijnen geloofwaardig had moeten verklaren en dat de gradatie 'waarschijnlijk' in het iMMO-rapport onvoldoende was om het rapport te betwisten. De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende gemotiveerd had waarom het iMMO-rapport terzijde kon worden geschoven en dat de psychische problematiek van betrokkene waarschijnlijk het vermogen om coherent te verklaren beïnvloedde.
Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De uitspraak bevat geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling en is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit en wijst het hoger beroep van de minister af.