ECLI:NL:RVS:2025:1472
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- A. Kuijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling iMMO-rapport en geloofwaardigheid asielrelaas bij Sri Lankaanse vreemdeling
De vreemdeling, van Singalese afkomst, vroeg asiel vanwege vermeende problemen met de Sri Lankaanse autoriteiten wegens betrokkenheid bij LTTE-activiteiten. De minister wees zijn aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid. De rechtbank vernietigde dit besluit, stellende dat het iMMO-rapport onvoldoende werd meegewogen. De minister ging in hoger beroep.
De Afdeling benoemde een deskundige die het iMMO-rapport en de wetenschappelijke onderbouwing beoordeelde. De deskundige concludeerde dat het iMMO-rapport onvoldoende individueel toegespitst is en niet volledig aansluit bij actuele wetenschappelijke inzichten over PTSS en geheugenstoornissen. Het iMMO erkende deze punten en gaf aan de leeswijzer te zullen aanpassen.
De Afdeling oordeelde dat het iMMO-rapport onvoldoende inzicht geeft in de mate waarin de psychische klachten van de vreemdeling het vermogen om coherent te verklaren hebben beïnvloed. Daarom mocht de minister het rapport terzijde schuiven en het asielrelaas op basis van de verklaringen beoordelen.
De Afdeling verwierp ook de bezwaren van de vreemdeling tegen de geloofwaardigheid van het relaas en het uitgevaardigde inreisverbod. Het beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de minister ongegrond.