ECLI:NL:RVS:2026:1953
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- J. Gundelach
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke intrekking PAS-vergunning vanwege stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Lieftinghsbroek
Op 20 november 2017 verleende het college van gedeputeerde staten van Groningen een PAS-vergunning aan een melkveebedrijf voor het houden van 760 melkkoeien en 490 jongvee. Milieudefensie verzocht om gedeeltelijke intrekking van deze vergunning vanwege stikstofdepositie die het Natura 2000-gebied Lieftinghsbroek zou verslechteren.
Het college wees dit verzoek in 2020 af, waarna Milieudefensie bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank oordeelde in 2023 dat het college onvoldoende had onderbouwd dat andere passende maatregelen de verslechtering zouden voorkomen en vernietigde het besluit. Het college en de vergunninghouder gingen in hoger beroep, terwijl Milieudefensie incidenteel hoger beroep instelde.
In juni 2024 trok het college de vergunning gedeeltelijk in, maar Milieudefensie vond de motivering onvoldoende. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Afdeling oordeelde dat de gedeeltelijke intrekking een passende maatregel is en dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat verdere intrekking niet nodig is vanwege aanvullende herstelmaatregelen.
Verder werd Milieudefensie alsnog een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Het college en de Staat werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoedingen aan Milieudefensie. De Afdeling verklaarde de hoger beroepen van het college en de vergunninghouder ongegrond en het incidenteel hoger beroep van Milieudefensie gegrond.
Uitkomst: De gedeeltelijke intrekking van de PAS-vergunning blijft in stand, Milieudefensie krijgt schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.