ECLI:NL:RVS:2025:2969
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- J.M.L. Niederer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering gedeeltelijke intrekking natuurvergunning vanwege onvoldoende onderbouwing stikstofmaatregelen
Stichting Brabantse Milieufederatie (BMF) verzocht het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om de natuurvergunning van DOVO B.V. gedeeltelijk in te trekken voor stal 3, die nog niet gerealiseerd was, vanwege dreigende verslechtering van het Natura 2000-gebied Kempenland-West door stikstofdepositie. Het college wees dit verzoek af en verwees naar andere passende maatregelen die zouden worden getroffen.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende inzichtelijk had gemaakt dat deze maatregelen binnen afzienbare termijn tot een noodzakelijke daling van stikstofdepositie zouden leiden, en vernietigde het besluit. Het college ging in hoger beroep, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling stelde dat het college onvoldoende had onderbouwd welke maatregelen worden getroffen, welke daling van stikstofdepositie noodzakelijk is, en binnen welk tijdpad deze daling wordt gerealiseerd.
Daarnaast werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het college werd opgedragen binnen een ruime termijn een nieuw besluit te nemen dat voldoet aan de motiveringsvereisten. De proceskosten en schadevergoedingen werden verdeeld tussen het college en de Staat.
Uitkomst: Het besluit van het college tot weigering van gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van passende stikstofmaatregelen.