ECLI:NL:RVS:2026:1805
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaarverbinding en brug in Haren: omgevingsvergunningen in stand gelaten na vernietiging rechtbankuitspraak
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende omgevingsvergunningen voor het aanleggen van een vaarverbinding, een pad en het plaatsen van een ophaalbrug in Haren. Appellanten, eigenaren van recreatiewoningen, maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde de beroepen van appellant sub 1 gegrond en vernietigde de besluiten, waarna beide appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de aanvraag voor het pad terecht niet als vergunningplichtig had aangemerkt, omdat het geldende bestemmingsplan geen aanlegvergunningstelsel bevatte. Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de belangen van vergunninghouder zwaarder wegen dan die van appellant sub 1. De Afdeling stelde dat het college terecht had overwogen dat de brug en vaarverbinding geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van het perceel van appellant sub 1.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellant sub 1 ongegrond en dat van appellant sub 2 gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van appellant sub 1 ongegrond. Het besluit van het college van 27 november 2023 werd eveneens vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 2.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van appellant sub 1 ongegrond en dat van appellant sub 2 gegrond, waardoor de omgevingsvergunningen in stand blijven.