ECLI:NL:RVS:2014:4290
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor aanleg natuurvriendelijke oevers ondanks bezwaren landbouwbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk verleende een omgevingsvergunning voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers langs de Maasoever te Linden. De vergunning betrof werkzaamheden zoals het verwijderen van oeverbescherming binnen een project van 260 km Maasoevers.
[Appellante], exploitant van een melkveehouderij en akkerbouwbedrijf, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege vrees voor instabiliteit en uitspoeling van haar landbouwgronden. Zowel het college als de rechtbank verklaarden haar bezwaar en beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde [appellante] dat de rechtbank ten onrechte geen exceptieve toetsing van het bestemmingsplan had uitgevoerd en dat het college onvoldoende rekening hield met haar belangen en de waterstaatkundige functies. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een exceptieve toetsing niet aan de orde was en dat de vergunning terecht was verleend omdat geen onevenredige afbreuk werd gedaan aan de waterstaatkundige functie.
Voorts wees de Afdeling het verzoek af om een voorschrift ter bescherming van de eigendom en bedrijfsbelangen van [appellante] aan de vergunning te verbinden, omdat deze belangen niet binnen het toetsingskader vielen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellante] wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.