ECLI:NL:RVS:2026:1393
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens voorzienbaarheid en passieve risicoaanvaarding
De zaak betreft het hoger beroep van een eigenaresse van een perceel in Noordwijk tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming in planschade. De aanvraag was gebaseerd op waardevermindering door het nieuwe bestemmingsplan Landelijk gebied, dat het agrarisch bouwvlak verkleinde en uitbreidingsmogelijkheden liet vervallen.
De rechtbank had geoordeeld dat de planologische wijziging vanaf 2 juni 2014 voorzienbaar was, omdat het voorontwerp met de nadelige wijzigingen toen ter inzage lag. De eigenaresse had geen concrete poging gedaan om de bestaande bouwmogelijkheden te benutten, waardoor sprake was van passieve risicoaanvaarding. Het college had het advies van SAOZ gevolgd, dat de aanvraag afwees.
In hoger beroep betoogde de eigenaresse onder meer dat het beginsel van gelijkheid voor de publieke lasten was geschonden, het advies van SAOZ onzorgvuldig was, en de planologische wijziging niet voorzienbaar was. De Afdeling verwierp deze gronden, oordeelde dat het advies zorgvuldig was, de voorzienbaarheid voldoende concreet was en dat de eigenaresse als redelijk handelende eigenaar rekening had moeten houden met de nadelige wijziging.
Ook het betoog dat zij persoonlijk op de hoogte had moeten worden gesteld van de bouwvlakbeperking faalde, evenals het argument dat zij wel een concrete poging tot realisering van de vervallen bouwmogelijkheden had gedaan. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.