ECLI:NL:RVS:2026:1225
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens omzetting zelfstandige woonruimte zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 6 december 2021 aan appellant een last onder dwangsom op wegens de omzetting van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte voor drie personen zonder vergunning, in strijd met artikel 5:2 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. Appellant voerde aan dat de woning niet was omgezet of dat overgangsrecht van toepassing was, maar de rechtbank en de Afdeling verwierpen deze gronden.
Appellant stelde verder dat de vergunningplicht in strijd was met de Huisvestingswet 2014 en de Dienstenrichtlijn, maar trok het eerste betoog in en faalde met het tweede. De Afdeling oordeelde dat het vergunningstelsel gerechtvaardigd is vanwege de schaarste aan woonruimte en het belang van leefbaarheid.
Appellant betoogde ook dat er concreet zicht was op legalisatie, maar had geen vergunning aangevraagd, waardoor dit niet aannemelijk was. Het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom werd eveneens ongegrond verklaard. Ten slotte werd een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend, waarbij het college en de Staat de kosten deels moeten vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het invorderingsbesluit wordt afgewezen, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.