Uitspraak
Datum uitspraak: 25 februari 2026
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk heeft aan Dunea een omgevingsvergunning verleend voor het slopen van veertien barakken die als gemeentelijk monument zijn aangewezen in het waterwingebied Berkheide. Stichting Het Cuypersgenootschap stelde beroep in tegen deze vergunning, stellende dat het belang van monumentenzorg zich verzet tegen de sloop.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het belang van monumentenzorg zich niet verzet tegen de sloop van zes barakken buiten de 30-meter grondwaterbeschermingszone en herroept de vergunning voor deze barakken. Zowel Het Cuypersgenootschap, het college als Dunea gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van waterwinning en grondwaterbescherming zwaarder weegt dan het belang van monumentenzorg, ook voor de zes barakken buiten de 30-meterzone. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van Het Cuypersgenootschap ongegrond, waardoor de vergunning voor de sloop van alle veertien barakken in stand blijft.
Daarnaast wijst de Afdeling het verzoek van Het Cuypersgenootschap om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe en veroordeelt de Staat tot betaling van een vergoeding van € 2.000,00. Tevens worden proceskosten en griffierechten toegewezen aan Dunea.
De uitspraak bevestigt het integrale belang van waterwinning en grondwaterbescherming boven het behoud van de gemeentelijke monumenten in dit specifieke project Berkheide.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de sloop van veertien gemeentelijke monumenten in het waterwingebied Berkheide wordt bevestigd en het hoger beroep van Stichting Het Cuypersgenootschap wordt ongegrond verklaard.