ECLI:NL:RVS:2025:997
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om facilitering overkomst naar Nederland op grond van motie Belhaj en speciale voorziening
Appellanten, allen met de Afghaanse nationaliteit en verblijvend in Afghanistan, vroegen de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren vanwege hun werkzaamheden voor een Nederlands bedrijf en samenwerking met de Nederlandse ambassade in Kabul.
De minister wees dit verzoek af omdat appellant A geen oproep had ontvangen tijdens de acute evacuatiefase en niet viel onder de in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 genoemde groepen die in aanmerking komen voor overkomst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat de minister geen bijzondere individuele omstandigheden hoefde mee te wegen en de hoorplicht niet had geschonden.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het beleid in strijd is met het rechtszekerheids-, gelijkheids- en vertrouwensbeginsel en dat de evacuatie chaotisch verliep, waardoor het beleid onevenredig is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid buitenwettelijk en begunstigend is en dat de minister beleidsruimte heeft. Appellanten maakten geen bijzondere omstandigheden aannemelijk die een afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Ook werd geoordeeld dat de minister terecht afzag van het horen in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de motieven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek om overkomst naar Nederland wordt bevestigd.