ECLI:NL:RVS:2025:4238
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst naar Nederland voor Afghaanse familie
Appellanten, een Afghaanse familie bestaande uit een man, zijn vrouw en twee kinderen, verzochten de minister van Defensie om hun overkomst naar Nederland te faciliteren vanwege eerdere samenwerking met Nederlandse instanties. De minister wees dit verzoek af omdat appellant niet was opgeroepen tijdens de evacuatieperiode en niet tot de speciale groepen behoorde die voor overkomst in aanmerking komen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat zij geen rechten kunnen ontlenen aan de motie Belhaj en dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Ook werd geoordeeld dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden.
Appellanten voerden aan dat het beleid in strijd is met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel en dat bijzondere omstandigheden, waaronder gevaar vanwege werkzaamheden in Afghanistan, niet zijn meegewogen. De Afdeling verwierp deze argumenten en bevestigde dat het beleid niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken.
De Afdeling concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt het eerdere vonnis, waarbij de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.