ECLI:NL:RVS:2025:726
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag en afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Armenië
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 30 mei 2023 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit besluit gegrond en vernietigde het, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de eerste herbeoordeling van Armenië als veilig land van herkomst voldoet aan de wettelijke vereisten en verwierp de klachten van de vreemdeling. Ook de overige griefpunten van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast verzocht de vreemdeling om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat de rechtbank uitspraak zou doen over een opvolgende asielaanvraag. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak trok het verzoek aan zich, maar oordeelde dat er geen grond was om de uitzetting te voorkomen. Het verzoek werd afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden voor zowel het hoger beroep als het verzoek om voorlopige voorziening. De uitspraak werd op 24 februari 2025 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.