ECLI:NL:RVS:2025:6411
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in asielzaak
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een asielzaak, maar dit hoger beroep op 18 december 2025 ingetrokken. Gelijktijdig verzocht verzoeker om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat proceskostenvergoeding kan worden toegekend indien de minister tegemoet is gekomen of het belang bij het hoger beroep door toedoen van de minister is komen te vervallen. De minister had het asielverzoek van verzoeker bij besluit van 3 november 2025 ingewilligd, maar had de beslistermijn van vijftien maanden overschreden.
De Afdeling wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en veroordeelt de minister tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten. Tevens verwijst de Afdeling het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 3 november 2025 naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, omdat deze rechtbank gespecialiseerd is in asielzaken en hoger beroep openstaat tegen haar oordeel.
De Afdeling benadrukt dat de toetsing zich beperkt tot het besluit van 3 november 2025 en past een wegingsfactor van 0,5 toe bij de proceskostenvergoeding, omdat het hoger beroep uitsluitend over de overschrijding van de beslistermijn ging.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het beroep wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag.