ECLI:NL:RVS:2025:577
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkheid
De minister van Asiel en Migratie heeft op 4 november 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de minister niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 17 februari 2025 door voorzieningenrechter J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.