ECLI:NL:RVS:2025:5482
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens verschoonbare termijnoverschrijding in toeslagenaffaire
Appellante, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister om private schulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen. De minister weigerde dit bij besluit van 27 juni 2022 en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante stelde in hoger beroep dat haar termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege ernstige persoonlijke omstandigheden.
In hoger beroep werd vastgesteld dat appellante na een zware zwangerschap een levenloos geboren tweeling verloor, wat leidde tot mentale problemen en onvermogen haar belangen te behartigen gedurende de bezwaartermijn. Zij had geen rechtsbijstand gedurende die periode en haar budgetbegeleider ondersteunde haar niet voldoende. Pas nadat zij weer in staat was haar belangen te behartigen, schakelde zij een advocaat in die direct bezwaar maakte.
De Afdeling oordeelde dat de omstandigheden, waaronder het verdriet, mentale ontregeling, angst voor nieuw verlies en beperkte ondersteuning, bijzondere omstandigheden vormen waardoor de termijnoverschrijding niet aan appellante kan worden toegerekend. De niet-ontvankelijkverklaring was daarom onterecht. Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 16 oktober 2023 vernietigd, en de minister opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd en de minister moet opnieuw op het bezwaar beslissen.