ECLI:NL:RVS:2025:5051
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wijziging geboortedatum vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wijzigde op 7 november 2023 de geboortedatum van betrokkene en gaf hiervan kennis aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze kennisgeving, maar dit bezwaar werd op 9 januari 2024 niet-ontvankelijk verklaard door de staatssecretaris. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze niet-ontvankelijkverklaring gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de kennisgeving van gewijzigde identiteitsgegevens weliswaar een besluit is in de zin van de Awb, maar een voorbereidend besluit betreft dat niet appellabel is tenzij het een vreemdeling rechtstreeks in zijn belang raakt. Dit laatste was niet het geval, zodat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit appellabel was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is bevestigd dat de kennisgeving niet appellabel is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.