ECLI:NL:RVS:2025:4984
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na verstrekking verblijfsdocument artikel 9 Vw 2000
Appellant had bij besluit van 29 januari 2021 een aanvraag om afgifte van een artikel 9-document, dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, ingediend. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 18 augustus 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die op 6 mei 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure diende appellant op 30 mei 2023 een nieuwe aanvraag in voor een artikel 9-document. De minister gaf aan voornemens te zijn dit document af te geven voor vijf jaar. Uiteindelijk verstrekte de minister op 20 december 2023 het artikel 9-document aan appellant.
Omdat appellant het doel van de procedure inmiddels heeft bereikt door het verkrijgen van het document, heeft hij geen belang meer bij het hoger beroep. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De Afdeling overweegt dat het ontbreken van belang ook betekent dat er geen reden is om de minister te veroordelen tot vergoeding van proceskosten, aangezien het document is verstrekt op een andere aanvraag en niet als gevolg van de procedure zelf.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant inmiddels het gevraagde verblijfsdocument heeft ontvangen.