ECLI:NL:RVS:2025:4968
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard en bepaald dat de minister voor 30 januari 2026 alsnog een besluit moet nemen. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld.
Gedurende het hoger beroep heeft de minister alsnog een besluit genomen en de aanvraag ingewilligd. Hierdoor is het belang van appellant bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep komen te vervallen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
Wel wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant heeft gemaakt in verband met het hoger beroep, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend ziet op het niet tijdig nemen van het besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.