ECLI:NL:RVS:2025:4840
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Awb en Gezinsherenigingsrichtlijn
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had eerder een termijn van 90 dagen vastgesteld waarbinnen de minister een besluit moest nemen, maar appellanten voerden aan dat deze termijn niet strookt met de wettelijke voorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de door de rechtbank opgelegde termijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming die de Gezinsherenigingsrichtlijn beoogt. Daarom vernietigt de Afdeling het eerdere vonnis voor zover het de minister een termijn tot 30 augustus 2025 oplegde.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast, variërend van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de eerdere termijn en stelt nieuwe termijnen vast voor besluitvorming over de machtiging tot voorlopig verblijf.