ECLI:NL:RVS:2025:4715
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling na intrekking asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde betrokkene op 12 mei 2024 in bewaring. Betrokkene weigerde op 19 mei 2024 mee te werken aan het transport voor een gehoor over zijn asielaanvraag, waarna hij op 23 mei 2024 formeel zijn asielaanvraag introk. De rechtbank oordeelde dat de minister de grondslag van de bewaring niet tijdig had omgezet en verklaarde de bewaring onrechtmatig vanaf 20 mei 2024.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de intrekking van de asielaanvraag pas formeel op 23 mei 2024 had plaatsgevonden en dat de weigering op 19 mei niet als intrekking kon worden gezien. De Afdeling bevestigde dat de intrekking niet op 19 mei was gedaan en dat de termijn van twee dagen voor omzetting van de grondslag vanaf 21 mei liep, waardoor de omzetting tijdig was.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister gegrond. Er was geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.