ECLI:NL:RVS:2025:4306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding rechtsbijstand bij gecombineerde vreemdelingenprocedures
Aan een rechtzoekende werd een verblijfsvergunning voor studie verleend, die later wegens onvoldoende studievoortgang werd ingetrokken. De rechtzoekende diende een nieuwe aanvraag in die werd afgewezen. Rechtsbijstand werd verleend in beide procedures, waarbij de raad voor rechtsbijstand slechts één toevoeging zonder inhoudelijke controle verleende onder de High Trust werkwijze.
De raad weigerde vergoeding voor werkzaamheden in de tweede procedure omdat deze onder dezelfde toevoeging vielen als de eerste procedure. De rechtbank oordeelde dat beide procedures hetzelfde rechtsbelang betreffen, namelijk het rechtmatig verblijf voor studie, en dat de gelijktijdige behandeling bij dezelfde instantie geen zelfstandig rechtsbelang oplevert.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vond de gemotiveerde beoordeling van de rechtbank juist en bevestigde het oordeel dat geen aanvullende vergoeding toekomt. De Afdeling wees ook proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; afwijzing vergoeding rechtsbijstand bevestigd.