ECLI:NL:RVS:2025:4235
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van politie verleende op 6 december 2019 toestemming aan een bedrijf om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. Deze toestemming werd op 11 november 2020 ingetrokken vanwege een aanhouding van appellant wegens het niet voldoen aan een vordering in een verboden gebied, waarbij hij zich zou hebben verzet. De korpschef achtte appellant daardoor onvoldoende betrouwbaar.
Appellant betwistte de juistheid van de processen-verbaal waarop het besluit was gebaseerd en voerde aan dat hij het bevel wel wilde opvolgen en zich niet met geweld had verzet. Ook stelde hij dat overtreding van artikel 184 Sr Pro geen ernstige aantasting van de rechtsorde vormt. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelden echter dat de processen-verbaal voldoende betrouwbaar zijn en dat de korpschef beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van de betrouwbaarheid.
Verder werd het evenredigheidsbeginsel besproken; de korpschef had de ernst van het feit en de maatschappelijke context meegewogen en de maatregel als passend en noodzakelijk beoordeeld. Appellant voerde ook aan dat de intrekking in strijd zou zijn met het eigendomsrecht onder het EVRM, maar de Afdeling oordeelde dat de intrekking voldoet aan de wettelijke vereisten en het EVRM.
Ten slotte werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen, waarbij de korpschef en de Staat der Nederlanden gezamenlijk een bedrag van €1.000,00 moesten betalen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.