ECLI:NL:RVS:2025:3961
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzage persoonsgegevens en opdracht tot nieuw besluit door burgemeester Amsterdam
Op 10 juli 2018 verzocht appellant het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om inzage in zijn persoonsgegevens en alle dossiers die over hem bij de gemeente bestaan. Het college gaf aanvankelijk inzage via de basisregistratie personen en een overzicht van instanties die zijn gegevens opvroegen.
Na bezwaar werd het besluit deels gewijzigd zodat appellant inzage kreeg in enkele brieven en passages die eerder onleesbaar waren gemaakt, vanwege privacy van derden en openbare veiligheid. De burgemeester stelde dat het verzoek te ruim was en vroeg appellant dit te preciseren, wat niet gebeurde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het besluit onvolledig en onzorgvuldig is omdat meer persoonsgegevens zijn verwerkt dan in het besluit vermeld. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit en draagt de burgemeester op uiterlijk 1 december 2025 een nieuw besluit te nemen.
De Afdeling veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Gezien de omvang van het nieuwe besluit wordt geen dwangsom opgelegd en wordt geen judiciële lus toegepast.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester van Amsterdam over inzage in persoonsgegevens wordt vernietigd en de burgemeester wordt opgedragen uiterlijk 1 december 2025 een nieuw besluit te nemen.