ECLI:NL:RVS:2025:3925

Raad van State

Datum uitspraak
18 augustus 2025
Publicatiedatum
18 augustus 2025
Zaaknummer
202407502/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel

De minister van Asiel en Migratie nam bij besluit van 19 augustus 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 december 2024 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarbij verwees de Afdeling naar een eerdere uitspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die verband houden met de behandeling van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van A.J.C. de Moor-van Vugt op 18 augustus 2025.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202407502/1/V3.
Datum uitspraak: 18 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 5 december 2024 in zaak nr. NL24.32633 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 19 augustus 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. R.L.J. Henket-Reijnen, advocaat in Echt, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305, onder 5 tot en met 5.7, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2025
981