ECLI:NL:RVS:2025:381
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet in behandeling nemen
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 6 november 2024 niet in behandeling is genomen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 23 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, waarbij werd vastgesteld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 3 februari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.