ECLI:NL:RBDHA:2025:20220
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, diende op 15 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in, terwijl hij nog een geldig visum voor Spanje had. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Nederland deed een overnameverzoek aan Spanje, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege een inbreukprocedure tegen Spanje en slechte opvangomstandigheden, onderbouwd met het AIDA-rapport 2024. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak die het vertrouwensbeginsel bevestigen.
Eiser stelde ook dat overdracht onevenredig is vanwege familiebanden, trauma's en zijn opleiding. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht verhinderen. Tevens werd het korte Dublin-gehoor niet onzorgvuldig bevonden omdat eiser voldoende gelegenheid had om zijn situatie toe te lichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Verweerder mag de asielaanvraag niet in behandeling nemen en eiser kan worden overgedragen aan Spanje.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.