ECLI:NL:RBDHA:2025:9299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje afgewezen
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was en dat hij niet adequaat was gehoord over Spanje als Dublinland. De rechtbank oordeelde dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat eiser in de zienswijze zijn bezwaren heeft kunnen uiten, waarop de minister heeft gereageerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege structurele tekortkomingen in Spanje, zoals gebrek aan advocaat en onvoldoende tolk, en dat hij risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het claimakkoord van januari 2025, en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
Verder stelde eiser dat de minister de aanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro aan zich had moeten trekken. De rechtbank vond dat de minister terecht terughoudend was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die overdracht aan Spanje onevenredig hard maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.