ECLI:NL:RVS:2025:355
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking van besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had bij besluit van 8 oktober 2024 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 november 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep nam de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling. Hierdoor verloor het hoger beroep zijn belang, omdat de vreemdeling met deze behandeling het beoogde resultaat had bereikt. De Raad van State oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, aangezien hij niet aan de vreemdeling tegemoet was gekomen maar de aanvraag door tijdsverloop alsnog in behandeling had genomen. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen.