ECLI:NL:RVS:2025:3495
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en onrechtmatige opheffing vrijheidsontnemende maatregel
De minister van Asiel en Migratie wees op 24 december 2024 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 april 2025 het besluit vernietigde en tevens ambtshalve de vrijheidsontnemende maatregel ophefte.
De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding trad door ambtshalve de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen, aangezien het beroep uitsluitend gericht was tegen de afwijzing van de asielaanvraag. Toetsing van de rechtmatigheid van de grensdetentie valt niet binnen deze procedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde het deel van het vonnis waarin de rechtbank de vrijheidsontnemende maatregel opheft. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel door de rechtbank wordt vernietigd.