ECLI:NL:RVS:2025:3252
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder bestuursdwang wegens onduidelijke omschrijving en kostenverhaal
Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum legde op 29 oktober 2020 een last onder bestuursdwang op aan appellant A vanwege het stallen van caravans op een terrein in strijd met de APV en een beheersverordening. De last hield in dat de overtreding vóór 1 november 2020 moest zijn beëindigd. Omdat dit niet was gebeurd, werden op 1 december 2020 twee caravans verwijderd. Appellanten B en C waren destijds geen eigenaar meer van de caravans en werden niet als belanghebbenden erkend.
Appellant A voerde aan dat de last alleen op haar eigen caravans zag en dat de omschrijving onvoldoende duidelijk was. De Raad van State oordeelde dat de omschrijving inderdaad onduidelijk was en dat appellant A niet hoefde te begrijpen dat alle caravans moesten worden verwijderd. Daarom werd het besluit van 29 oktober 2020 herroepen en het besluit van 30 maart 2021 vernietigd.
Daarnaast werden de kosten van bestuursdwang die bij appellant A waren ingevorderd, vernietigd omdat de grondslag was komen te vervallen. De brief van de burgemeester van 26 november 2020 werd niet als besluit aangemerkt, zodat bezwaar en beroep daarop niet ontvankelijk waren. Tot slot werd een schadevergoeding toegekend aan appellanten wegens overschrijding van de redelijke termijn, en werden proceskosten aan appellant A toegewezen.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit wordt herroepen wegens onduidelijke omschrijving en de kosteninvorderingsbesluiten worden vernietigd; tevens wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.