ECLI:NL:RVS:2025:3201
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie en toekenning schadevergoeding
Appellant was onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel door de minister van Asiel en Migratie, opgelegd op 21 november 2024. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de grensdetentie van appellant onrechtmatig was vanaf 30 december 2024, omdat deze langer duurde dan de wettelijk toegestane termijn van dertien weken, zoals bepaald in artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de detentie niet te lang was, terwijl de minister de detentie had moeten beëindigen voor de zitting in de asielprocedure.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en kende appellant een schadevergoeding toe van €7.300 over de periode van 30 december 2024 tot en met 12 maart 2025. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, zijnde €2.721, gerelateerd aan beroepsmatige rechtsbijstand. Omdat de grensdetentie inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en kent appellant een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige grensdetentie.