ECLI:NL:RVS:2025:2809
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 31 oktober 2023 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 16 januari 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 19 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en dat eerdere jurisprudentie over vergelijkbare rechtsvragen niet aanleiding gaf tot een ander oordeel.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J.J.W.P. van Gastel op 25 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt bevestigd.